18 jun Zondag 21 juni: twaalfde zondag door het jaar A – 2026
Romeinen 5,12-15: God schonk de grote gave van zijn genade: Jezus Christus.
Matteüs 10, 26-33: ‘Weest niet bang voor de mensen.’
Broodnodige geloofsdurf
Wie zich christen noemt en in het voetspoor van Jezus wil treden, kan niet anders dan getuigen van de hoop en de vreugde die zijn geloof met zich meebrengt. Het hoort bij het leerling-zijn dat je gezonden wordt. Daarom ook krijgen de twaalf een aantal bemoedigende woorden mee voor onderweg, opdat zij houvast en kracht zouden vinden om te doen wat van hen verwacht wordt. Misschien zal dit alles jou te vanzelfsprekend overkomen of meen je dat het einde van een werkjaar met een vakantieperiode voor de boeg juist niet het geschikte moment is om over zending en getuigenis te spreken. Toch kan het zinvol zijn. Leven, geloven, doen wat je moet doen, zijn niet voorbehouden voor een welbepaalde tijd. Het is een opdracht van elke dag en telkens weer zijn er Jezus’ woorden: “wees niet bang!” (v.26).
Vandaag ontmoeten wij Jezus bij zijn leerlingen op de plaats waar Hij hen allerlei onderrichtingen meegeeft, alvorens hen uit te zenden. Toch is hun eigenlijke opdracht pas nadien van start gegaan. Wat hier beschreven staat, hoort dus thuis in deze tijd van Pinksteren. We zien het beleefd in de Handelingen, waar Lucas vertelt over de vervolgingen die de eerste christengemeenschappen te verduren hadden én over de onstuitbare doorbraak van de Blijde Boodschap. Met het geloof in wat Jezus hier zijn leerlingen toezegt, hebben zij het gewaagd: het geloof dat het Rijk Gods er komt, dat het wortel zal schieten in het hart en in het samenleven van mensen, het geloof dat niets van wat ze meemaken aan de Vader voorbijgaat. Een aantal onder hen werden zelfs naar het lichaam gedood, doch anderzijds zien we hoe in deze eerste geloofsgetuigen een onaantastbare kern leeft, een vrije zone die niet kan vernietigd worden namelijk die unieke en persoonlijke band tussen God en de mens, waarnaar ook het evangelie verwijst. Deze mensen hebben geleefd en gewerkt vanuit het besef dat zij én geroepen én gezonden zijn ‘bij Gods genade’: onverdiend, niet op grond van wat zij kunnen en zijn, maar omdat God hen wil nodig hebben om zijn liefde tastbaar te maken.
Niemand van ons heeft vandaag wellicht te lijden onder een open conflict, zoals de eerste christenen vroeger of mensen in andere landen nu. Toch bots je op onverschilligheid en ervaar je niet altijd verdraagzaamheid en respect ten aanzien van wat je gelooft en denkt. Een geloof moet uitgedaagd of getoetst naar zijn echtheid worden, anders loopt het gevaar oppervlakkig te worden. Daarom reikt het evangelie over dit alles heen bouwstenen voor een groei in weerbaarheid.
P. Nikolaas Devynck o.s.b.
Monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
Gewezen padre bij Infra Antenne Noord – Sint-Kruis Brugge
Matteüs 10:26-33:
26 “Weest niet bevreesd voor de mensen. Want niets is verhuld of het zal onthuld, niets verborgen of het zal bekend worden. 27 Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken. 28 Weest niet bevreesd voor hen die het lichaam doden, maar niet de ziel kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem die én ziel én lichaam te gronde kan richten in de gehenna. 29 Verkoopt men niet twee mussen voor een as? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet één van hen op de grond vallen. 30 Bij u echter zijn zelfs alle haren van uw hoofd geteld. 31 Weest dus niet bevreesd; gij toch zijt méér waard dan een zwerm mussen.
32 Ieder die Mij bij de mensen belijdt, zal ook Ik erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. 33 Maar ieder die Mij zal verloochenen bij de mensen, zal ook Ik verloochenen bij mijn Vader die in de hemel is.”
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.