Zondag 8 februari 2026: vijfde zondag door het jaar A

Zondag 8 februari 2026: vijfde zondag door het jaar A

Jesaja 58, 7-10: ‘Uw licht zal stralen als de dageraad.’

Matteüs 5, 13-16: ‘Gij zijt het licht der wereld.’

                                                                                                   In weer en wind…

 

Hoe moet je als christen vandaag in de wereld staan? Daarover spreekt Jezus vandaag tot zijn leerlingen. Misschien verbaast het je dat reeds toen deze vraag actueel was. De concrete omstandigheden waren wel verschillend, maar toch blijft de opgave dezelfde: Gelovig-leven te midden van andersdenkenden en andersgelovigen. Hoe kan dit? Het evangelie is duidelijk: “gij zijt het zout der aarde, het licht der wereld!” (v.13-14). Christen-zijn in weer en wind: zo vertaalde bisschop Schruers het.

 

Vandaag spreken wij wel eens over catacomben-christenen en dan bedoelen we mensen die hun geloof in het verborgene beleven. Zij vormden destijds een kleine groep, zijn werden geminacht en bestreden. Toch hebben zij hun geloof uitgedragen over de toenmalige wereld. Deze opdracht ligt immers in het evangelie. Geen mens, zowel toen als nu, ontvangt het geloof enkel voor zichzelf. Jezus’ boodschap heeft een unieke waarde. Dit is het eerste waarvan wij meer en meer moeten overtuigd geraken: het evangelie, het christelijk geloof hebben de mensen van vandaag heel veel te bieden. Het samenleven en -werken met andersdenkenden roept ons terecht op tot waakzaamheid en welwillendheid jegens elkaar. Doch daarom hoeven wij ons niet te schamen voor ons geloof. Dit alles mag ons niet leiden tot twijfel en onzekerheid. Zijn we dan geen licht dat onder de standaard staat, zout dat krachteloos is geworden? “Uw licht moet stralen voor het oog van de mensen”, zegt Jezus (v. 16). Dit betekent niet dat wij onszelf moeten verkondigen of tot voorbeeld stellen, wel dat elke valse terughoudendheid niet past bij een christen. Gelovig-zijn is geen privé-zaak. Van bij ons doopsel krijgen we de opdracht om doorheen alles wat we zijn en doen te verwijzen naar God zodat mensen Hem op het spoor kunnen komen. Niet wij moeten verheerlijkt worden, maar ‘de Vader die in de hemel is” (v.16).

 

Zout en licht zijn twee beelden uit het dagelijkse leven. Hun werking is eerder onopvallend, maar krachtig. Een kleine hoeveelheid zout is voldoende om aan het voedsel smaak te geven en zelfs een eenvoudige kaars of een olielampje kunnen heel wat licht verspreiden. Zo vergelijkt Jezus hiermee de zendingsopdracht van de leerlingen. Zo moet ook onze gelovige aanwezigheid zijn: bescheiden, maar krachtig. Wat dit concreet inhoudt, beschrijft de profeet Jesaja. Hij spreekt over brood delen en over het opnemen van daklozen, over het beoefenen van de gerechtigheid en het kleden van de naakten. “Keer je niet af van je medemensen!”, is zijn oproep (v. 7b.) Waar mensen in liefde samenleven, daar breekt het licht van Gods nabijheid door.

 

Padre Nikolaas Devynck o.s.b.

monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken

gewezen padre Infra Noord – Sint-Kruis-Brugge

 

Matteüs 5, 13-16:

13“Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.

14Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! 15Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de standaard zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn. 16Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.

New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)

“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”

 

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.