Zondag 21 september: 25ste zondag door het jaar

Zondag 21 september: 25ste zondag door het jaar

Lucas 16, 1-13: “Gij kunt niet God dienen en de mammon.”

Geld: middel of doel…

 

De scheppingsopdracht van de mens vormt de achtergrond van het evangelie dat wij vandaag beluisteren. In de vermelde parabel is er sprake van een rijk man die een beheerder heeft aangesteld om voor zijn bezittingen te zorgen, maar deze heeft van dit vertrouwen grof misbruik gemaakt. Wie gelooft, erkent dat hij alles ‘gekregen’ heeft van God, zijn Schepper: de aarde met haar vele rijkdommen, de natuur, de eigen talenten en het leven zelf. Samen met vele anderen is hiervoor verantwoordelijk opdat het goed ‘beheerd’ zou worden en in dienst zou staan van het geluk van alle mensen. Zo wordt de schepping elke dag opnieuw in onze handen gelegd.

 

Ook al zijn we ons ervan bewust dat ons veel wordt toevertrouwd, toch is het niet altijd gemakkelijk om dit in de dagdagelijkse realiteit te beleven. Zoals elke mens heeft ook de gelovige de plicht om te voorzien in het levensnoodzakelijke. Hij arbeidt en beschikt over geld. Hij gebruikt wat de natuur hem biedt en verwerft bezit. De hele vraag is ‘waartoe’? Soms heb je de indruk dat mensen niet goed meer weten waarom zij dag na dag, jaar na jaar, werken en druk bezig zijn. Zij zijn het onderscheid kwijt geraakt tussen het doel en het middel. Het verdienen van geld, het verzamelen van bezit worden te veel als een waarde op zich nagestreefd en vergeet men wel eens dat ze eigenlijk in dienst staan van het geluk van de mens. Het vele presteren laat een gevoel van onvoldaanheid achter omdat het niet de vervulling schenkt die men verwacht. Bovendien is er de vaststelling dat de drang naar geld en rijkdom vaak het leven bedreigt en vernietigt. Families geraken erdoor verdeeld, het is oorzaak van geweld en machtsmisbruik, het bepaalt al te dikwijls de verhoudingen tussen mensen, tussen rijk en arm, Noord en Zuid. De onrechtvaardige rentmeester uit de parabel verwijst naar een realiteit van toen, maar jammer genoeg ook naar deze van vandaag. Hoe verenig je dat met mekaar: het noodzakelijke gebruik van materiële dingen, de scheppingsopdracht van de mens en het leven in een maatschappij waarin alles draait rond geld?

 

Het gebeuren met de rentmeester laat ons zien dat veel afhangt van de innerlijke motivatie van de mens. Lucas heeft aan de parabel enkele raadgevingen toegevoegd die juist te maken hebben met die innerlijkheid. Juist dààr maakt iemand zijn medemens tot broeder of tot concurrent, juist dààr beslis je of je wereld mee opbouwt of afbreekt, juist dààr bepaal je of je God als Heer van de schepping erkent of eerder jezelf aanstelt als bezitter van alles wat tot stand komt. Aan jou de keuze!     

 

Nikolaas Devynck o.s.b.

monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken

gewezen padre bij Defensie

 

Lucas 16, 1-13:

1In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: “Er was eens een rijk man. Hij had een rentmeester die bij hem werd aangeklaagd omdat hij zijn bezit verkwistte. 2Hij riep hem dus en vroeg: Wat hoor ik daar van u? Geef rekenschap van uw beheer, want gij kunt niet langer rentmeester blijven. 3Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf: Wat zal ik doen nu mijn heer mij het rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet, en bedelen: daarvoor schaam ik mij. 4Ik weet al wat ik ga doen opdat ik, na mijn ontslag als rentmeester, onderdak vind. 5Hij ontbood de schuldenaars van zijn heer, één voor één, en zei tot de eerste: Hoeveel zijt ge aan mijn meester schuldig? 6Deze antwoordde: Honderd vaten olie. Maar hij zei: Hier hebt ge uw schuldbekentenis; ga gauw zitten en schrijf: vijftig. 7Daarop vroeg hij nog aan een tweede: En hoeveel zijt gij schuldig? Deze antwoordde: Honderd maten tarwe. Hij zei hem: Hier hebt ge uw schuldbekentenis; schrijf: tachtig. 8De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester dat hij met overleg had gehandeld, want de kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg dan de kinderen van het licht.” 9Zo zeg Ik u ook: Maakt u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij – wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen.,

10Wie betrouwbaar is in het kleinste is ook betrouwbaar in het grote; en wie onrechtvaardig is in het kleinste is ook onrechtvaardig in het grote. 11Zijt ge dus niet betrouwbaar geweest met betrekking tot de onrechtvaardige mammon, wie zal u dan het waarachtige goed toevertrouwen? 12Als ge niet betrouwbaar zijt geweest in het beheren van andermans goed, wie zal u dan geven wat gij het uwe kunt noemen? 13Geen knecht kan twee heren dienen, want hij zal dan de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhangen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.” ,

New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)

“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.