Zondag 25 oktober: Dertigste zondag door het jaar A – 2026

Zondag 25 oktober: Dertigste zondag door het jaar A – 2026

Exodus 22,20-26: Wie Gods barmhartigheid heeft ervaren, kan niet voorbijgaan aan mensen in nood.

Matteüs 22, 34-40: Gij zult de Heer uw God beminnen en uw naaste als uzelf.

 

De ruilbeurs van beminnen en bemind worden.

 

Naarmate Matteüs vordert met zijn evangelie en de dramatische ontknoping dichterbij komt, wordt het ook duidelijker dat de onenigheid tussen Jezus en de religieuze leiders slaat op principiële zaken. Zo is er het verwijt dat Hij – als Jood – de Wet van Mozes met de voeten treedt. Hij houdt zich niet aan de sabbat, eigent zich het recht toe zonden te vergeven, geeft zich uit voor de Messias en is goed voor wie het niet verdienen. Een dergelijke aanmatigende houding moet veroordeeld en bestraft worden, zodat het voor iedereen duidelijk wordt Wie het hoogste gezag heeft over het uitverkoren volk: Jahwe en niet die nieuwe profeet!

 

 

Tegen deze achtergrond staat de strikvraag van de wetgeleerde. In Joodse ogen zijn er geen eersterangs- of tweederangsgeboden.  Allemaal dienen ze nageleefd te worden. Het is dus overbodig te vragen naar het voornaamste. Jezus verwijst als antwoord naar de gekende geboden: gij zult God beminnen en uw naaste, doch het nieuwe bestaat erin dat Hij beiden onlosmakelijk met elkaar verbindt en dat Hijzelf deze eenheid op een sublieme wijze heeft beleefd. Tegenover de verwarrende veelheid van voorschriften plaatst Hij een bevrijdende enkelvoudigheid: het gaat om God en al het andere vindt daar zijn oorsprong en vervulling. Hij is het die de mens bemint en deze liefde maakt Hem tot naaste van alwie Hij ontmoet. Hier wordt de Wet niet overtreden, maar teruggebracht tot wat ze eigenlijk is: een weg van Jahwe naar zijn volk toe, opdat het Hem zou leren kennen en beminnen. Heel Jezus’ leven heeft geen andere bedoeling dan deze en toch zal dit zijn dood tot gevolg hebben?

 

 

Misschien is het ook jouw vraag: wat is de eigenlijke kern van het geloof? Waarover gaat het? Is het zo eenvoudig? En waarom al die andere verplichtingen? Vragen en nog maar vragen. Het wijst erop dat geloof voor niemand een vanzelfsprekend iets is of een verworvenheid die je eens en voor altijd op zak hebt. Bovendien ‘moet’ het niet, maar ‘mag’ het, in alle vrijheid. Daarom doet het ons goed dat Jezus de kern even in het daglicht stelt. Alles begint inderdaad bij God. Hem beminnen zoals het gebod voorschrijft is niets anders dan in Hem geloven, je aan Hem toevertrouwen, beseffen en aanvaarden dat Hij je liefheeft, omdat je zijn mensenkind bent en Hij je Vader. Hiermee wordt de liefde voor de medemens verbonden, zoals Johannes het schrijft in zijn brief: “Als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten wij elkander liefhebben” (1 Joh 4, 11). Het ene vloeit uit het ander. Het is doorgeven van wat je zelf ontvangt. De liefde van God is de bron.

 

Pater Nikolaas Devynck o.s.b.

Monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken

Gewezen padre bij Infra Antenne Noord – Sint-Kruis Brugge

 

Matteüs 22, 34-40:

34Toen de Farizeeën vernamen dat Jezus de Sadduceeën de mond gesnoerd had, 35kwamen zij bijeen en een van hen, een wetgeleerde, vroeg Jezus om Hem op de proef te stellen. 36“Meester, wat is het voornaamste gebod in de Wet?” 37Hij antwoordde hem: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. 38Dit is het voornaamste en eerste gebod. 39Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. 40Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.”

New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)

“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.