Zondag 13 september 2026: Vierentwintigste zondag door het jaar A – 2026

Zondag 13 september 2026: Vierentwintigste zondag door het jaar A – 2026

Sirach 27, 30 – 28, 7: Wie vergeving schenkt, zal zelf ook vergeving ontvangen.

Romeinen 14, 7-9: Of wij leven of sterven, de Heer behoren wij toe.

Matteüs 18, 21-35: Jezus vraagt ons om elkaar te vergeven tot zeventigmaal zevenmaal

 

                                                                 Hardheid drijft mensen uit elkaar               

 

Naarmate Jezus’ zending vordert, wordt het onderricht aan zijn leerlingen concreter en gaat het meer en meer naar de kern van zijn boodschap toe. Als antwoord op een vraag van Petrus spreekt Hij hen vandaag over vergeving en verzoening, één van de sterke kentrekken van zijn eigen leven en één van de opbouwende waarden die het samenleven van mensen mogelijk maakt. Het joodse volk droeg reeds lang de ervaring van een barmhartige God met zich mee. Zo vaak hadden zij het beleefd in hun geschiedenis dat hun ontrouw hen niet betaald werd gezet, ja… dat zij zelfs de vrijheid kregen om verkeerde wegen te gaan. Zo grootmoedig was Jahwe, zoveel respect had Hij voor het kostbaarste deel van zijn schepping: de mens. Israël kende perioden van ballingschap. Het viel als koninkrijk uiteen, maar ondanks dit alles mocht het blijven rekenen op de kracht van het verbond. God zou hen nooit in de steek laten of vernietigen.

Deze lijn loopt door in Jezus’ leven. Ze wordt er zichtbaar en tastbaar doorheen zovele ontmoetingen met berooide mensen. Wie een ‘verleden’ had, kreeg opnieuw toekomst. Wie als vergelding werd uitgestoten, nam Hij weer op in de kring van menselijk samenleven. 

De harde, bestraffende mentaliteit binnen heel de joodse maatschappij stelde Hij in vraag door zelf één en al mildheid te zijn. De koning uit het verhaal staat dus allereerst beeld voor God. Alleen van Hem kan je verwachten dat Hij ontzaglijke schulden kwijtscheldt. Hij is de Enige die mensen niet vastzet op hun verleden, maar zelfs uit het kwade het goede kan laten groeien, zo Hij daartoe de ruimte en de bereidheid vindt. Dit is een eerste antwoord van Jezus op Petrus’ vraag hoeveel hij moet vergeven. De Vader rekent nooit, omdat Hij volkomen liefde is.

Het verhaal bevat nog een tweede deel. De dienaar die alles kwijtgescholden kreeg, wordt zelf een onverbiddelijke schuldeiser. Tegenover de goedheid van de eerste staat de hardheid van de ander en de fabelachtige som van het begin wordt nu een betaalbaar bedrag, dat jammer genoeg moet teruggegeven worden. Twee contrasten! Misschien zeg je: dit is de realiteit Zo groot is inderdaad de afstand tussen Gods vergevingsgezindheid en de onze. We kunnen zo moeilijk vergeten wat iemand ons aandeed, zodat wijzelf dikwijls de ander maken tot een mens ‘met een verleden’. Wie zo handelt ontzegt aan zichzelf de gave van Gods barmhartigheid. Vergeving schenken én vergeving ontvangen horen samen.

 

Pater Nikolaas Devynck o.s.b.

Monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken

Gewezen padre bij Infra Antenne Noord – Sint-Kruis Brugge

 

Matteüs 18, 21-35:

21In die tijd kwam Petrus naar Jezus toe en sprak: “Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?” 22Jezus antwoordde hem: “Neen zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe maar tot zeventig maal zevenmaal.

23Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning die rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren. 24Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem die tienduizend talenten schuldig was.25Daar hij niets had om te betalen gaf de heer het bevel hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat, om zo de schuld te vereffenen. 26De dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: ‘Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.’ 27De heer kreeg medelijden met die dienaar, liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt. 28Maar toen die dienaar buiten kwam, trof hij daar een andere dienaar die hem honderd denariën schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: ‘Betaal wat je schuldig bent.’ 29De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: ‘Heb geduld met mij en ik zal u betalen.’ 30Maar hij weigerde, en liet hem zelfs in de gevangenis zetten totdat hij zijn schuld betaald zou hebben. 31Toen nu de overige dienaars zagen wat er gebeurd was, waren zij diep verontwaardigd en gingen hun heer alles vertellen. 32Daarop liet de heer hem roepen en sprak: ‘Jij lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtgescholden omdat je mij erom gesmeekt hebt. 33Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar zoals ik met jou medelijden heb gehad?’ 34En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben. 35Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt.”

New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)

“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.