Zondag 23 augustus 2026: Eénentwintigste zondag door het jaar A 2026

Zondag 23 augustus 2026: Eénentwintigste zondag door het jaar A 2026

Romeinen 11, 33-36: ‘Uit Hem en door Hem en voor Hem zijn alle dingen.’ 

Matteüs 16, 13-20: ‘Wie zegt gij dat Ik ben?’

God vergeet geen mens

 

Een naam geven of krijgen is voor mensen uit alle culturen een belangrijk gebeuren. Men drukt hierin niet alleen zijn toekomstverwachting uit ten aanzien van de persoon, tevens verwoordt men wat kenmerkend is voor en aan de grondslag ligt van dit nieuwe leven. In het evangelie van deze zondag gebeurt hetzelfde. Zowel Jezus als Petrus worden ‘genoemd’. Zij krijgen te horen wie ze zijn en wat hun levensopdracht inhoudt. Het kan ons doen nadenken, nu het nieuwe werkjaar zich stilaan aankondigt en vaak plannen worden gemaakt voor de komende maanden. Hier en daar merken wij ook in het Oude Testament hoe een nieuwe naam en een nieuwe opdracht samengaan. Bij zijn roeping wordt Abram Abraham, Jakob wordt Israël en in het evangelie wordt Simon Petrus. Namen zijn levende werkelijkheden, die veruitwendigen wat er is en benoemen wat nog moet komen en mag verwacht worden.

 

Op Jezus’ vraag “Wie zegt gij dat Ik ben” antwoordt Petrus: “Gij zijt de Christus”. In dit ene woord ligt heel de verwachting van Israël vervat. Jahwe zou zijn volk nabij komen in zijn Gezalfde, de Messias. Eeuwenlang hebben de mensen hiernaar uitgezien. Tegen deze achtergrond erkent Petrus zijn Meester en meteen beseft hij zijn sterke verbondenheid met de Vader, bij Wie alles begint. Twee lijnen, deze van de mens die uitkijkt naar God en deze van God die binnentreedt in de geschiedenis van de mens, ontmoeten elkaar in de naam van ‘Christus’. Dit geheimvol gebeuren voelt Petrus aan en spreekt hij uit. Matteüs die ons dit alles vertelt, hecht niet alleen belang aan wát er gezegd wordt, evenzeer beklemtoont hij dát het gezegd wordt. Het gesprek tussen Jezus en Petrus sluit voor hem aan bij dat met de Kananese. Opnieuw komt het geloof tot uiting en krijgen wij mensen te zien die verwoorden wat zij ervaren, die getuigen van wat het bij hen teweegbrengt wanneer zij Jezus in hun leven binnenlaten.

 

Kunnen wij hieruit iets leren? Alvast dit. De taal is een krachtig medium. Een ervaring verwoorden kan haar versterken en bevestigen. Iets wat je zegt kan anderzijds ruimte scheppen, waarbinnen ervaringen tot stand komen. Beleven wij ons geloof niet te veel binnenshuis, binnensmonds? Door het uitspreken wie Jezus voor Petrus is, verwoordt hij niet alleen zijn ervaring met die vreemde man uit Nazaret. Hij geeft ook te kennen dat hij in dit geloof wil groeien en juist daardoor bindt hij zijn leven nog sterker aan dat van zijn Meester.

 

Pater Nikolaas Devynck o.s.b.

Monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken

Gewezen padre bij Infra Antenne Noord – Sint-Kruis Brugge

 

Matteüs 16:13-20

13In die tijd kwam Jezus in de streek van Caesarea van Filippus en Hij vroeg zijn leerlingen: “Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?” 14Zij zeiden: “Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.” 15“Maar gij – sprak Hij tot hen – wie zegt gij dat Ik ben?” 16Simon Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” 17Jezus antwoordde hem: “Zalig zijt gij Simon zoon van Jona! Want vlees en bloed hebben u dit niet geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is. 18En Ik zeg u: gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen. 19Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven en wat gij zult binden op aarde, zal in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde, zal in de hemel ontbonden zijn.” 20Daarop verbood Hij de leerlingen ook maar iemand te zeggen, dat Hij de Christus was.,

New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)

“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.