29 apr Vijfde paaszondag 3 mei 2026 – A-jaar
1 Petrus 2, 4-9: Wie op de Heer vertrouwt, zal niet worden teleurgesteld.
Johannes 14, 1-12: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’
“In ons leeft een verlangen naar een ’thuis’.
Onze wereld telt miljoenen daklozen, denken we maar aan de vele vluchtelingenkampen. Ook in ons land wordt het aantal daklozen groter èn jonger. Wie zijn ze? Vereenzaamden die nooit een stabiel gezin kenden, ex-gevangenen, jonge mensen zonder enig houvast thuis… Niettemin behoort het tot de onvervreemdbare rechten van de mens dat hij een thuis vindt met een vader en een moeder, dat hij opgenomen is in een geheel van sociale relaties. We weten het van onszelf: veel meer nog dan de beschutting van een gebouw hebben we nood aan geborgenheid van mensen. Zonder de ervaring dat anderen om jou bekommerd zijn, kan je moeilijk leven. Hoe belangrijk dit ook is, toch is het niet voldoende. Soms lijken we wel innerlijk dakloos en weten we geen raad met wat in ons omgaat. Daarom zoekt elkeen naar vrede met zichzelf en jij je thuis voelen in je eigen hart, dat zijn vreugden en zijn ontgoochelingen kent.
Wie gelooft verlangt zoals iedereen ’te wonen’ bij mensen, maar tegelijkertijd is er het besef dat bij God onze eigenlijke thuis is. Daarheen zijn we allen op weg. Al te vaak heeft men dit toekomstbeeld in tegenstelling geplaatst met ons leven hier en na, alsof het geluk enkel ‘later’ te verwachten is. Het evangelie van vandaag spreekt over het huis van de Vader waar ruimte is voor velen, waarbij we spontaan denken aan datgene wat na de dood komt doch terzelfdertijd geeft het ons een boodschap voor ‘onderweg’ en noemt het ons Jezus als dé Weg, die leidt naar onze thuis zowel bij mensen, bij God als in ons eigen hart.
Tomas en Filippus leven met vragen. Tomas is bang om elk houvast te verliezen, wanneer Jezus er niet meer is. Hij wil duidelijk weten hoe hij het best bij de Vader terechtkomt. Filippus wel nog meer. Hij verlangt een beeld van God, zodat hij Hem kan herkennen en ontmoeten. Beiden zoeken naar zekerheid, voor het ‘hoe’ en ‘wat’van hun concrete leven. Deze gevoelens kennen wij allemaal en onze tijd speelt hierop in. Het onvoorziene, het onberekenbare van de dag van morgen wordt vervangen door meet- en tastbare houvasten. Bestaanszekerheid heb je met een vast inkomen, een eigen huis. Zo bouw je muren waarachter je jezelf beveiligt en je geluk waarborgt. In een dergelijke mentaliteit past nog nauwelijks het geloof. Toch herkennen we ons in de vragen van de leerlingen, want zo dikwijls voelen we ons niet thuis te midden van de oppervlakkigheid van onze wereld. Wij willen naar ‘meer’ en naar ‘verder’. Augustinus zei het reeds: “onrustig is ons hart…”
P.Nikolaas Devynck osb
Monnik van Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
Gewezen padre Infra Noord Sint-Kruis-Brugge
Johannes 14, 1-6:
1“Laat uw hart niet verontrust worden. Gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. 2In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen. Ware dit niet zo dan zou Ik het u hebben gezegd, want Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. 3En als Ik ben heengegaan en een plaats voor u heb bereid kom Ik terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar Ik ben. 4Gij weet waar Ik heenga en ook de weg daarheen is u bekend.” 5Tomas zei tot Hem: “Heer, wij weten niet waar Gij heengaat hoe moeten wij dan de weg kennen?” 6Jezus antwoordde hem: “Ik ben de weg de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.”
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.