16 apr Derde paaszondag – 19 april 2026 – A-jaar
Handelingen 2, 14.22-33: Christus is verrezen. Daarvan zijn wij allen getuigen.
Lucas 24, 13-35: Hij ontsluit voor hen de Schrift en ze herkennen Hem bij het breken van het brood.
Onderweg
Het leven is vaak een mengeling van vreugde en pijn. Al is dit een realiteit waarmee elke mens te maken heeft, toch is het verwerken ervan niet zo vanzelfsprekend en gebeurt dit nogal op verschillende wijzen. De brede maatschappij lijkt hier gemakkelijk over te stappen. Alles gaat razendsnel zodat je bijna geen tijd meer krijgt om stil te staan en na te denken. Bovendien biedt de reclamewereld je zoveel aanlokkelijke dingen aan, die je doen vergeten of je doen vluchten. Beschik je over geld, dan kan je kopen wat je wil, doen wat je wil, gaan waar je wil. Waarom je dan zorgen maken. Als je echter even verder durft kijken dan deze oppervlakkigheid en oog hebt voor het werkelijke levensverhaal van mensen, dan, merk je dat leven en gelukkig zijn veel minder vanzelfsprekend zijn. Soms is het moeilijk om je weg te vinden doorheen alles wat je meemaakt. Je hebt moeite om te aanvaarden wat tegenvalt of ontgoochelt. Je blijft feiten en situaties meedragen, soms veel te lang…
Hetzelfde gebeurt met de twee leerlingen op weg naar Emmaüs. Enerzijds zitten zij vast in de vraag naar het “waarom” van alles, doch anderzijds gaan zij op stap, al is het aanvankelijk in tegenovergestelde richting. Juist op deze uiterlijke weg zullen zij een tweede “innerlijke” weg afleggen die hen zal helpen om de ware betekenis van de voorbij gebeurtenissen te verstaan en die meteen zin en bestemming zal geven aan hun eigen leven. De ontmoeting met de verrezen Heer, die van het verhaal een paastocht maakt, wordt een tocht die zich vandaag kan herhalen in jouw leven.
De twee leerlingen op weg naar Emmaüs blijken ten zeerste onder de indruk te zijn van Jezus’ levenseinde. Hun enthousiasme en hun verwachtingen werden in de kiem gesmoord. Zij keren Jeruzalem de rug toe en tegelijkertijd laten zij een stuk levenservaring achter, althans uiterlijk. Vanbinnen worstelen zij nog met de feiten die ze niet kunnen aanvaarden. Hun tocht lijkt daarom eerder op een vlucht, dan wel een voortzetting van wat ze voorheen beleefden. Te midden van deze ontmoediging treedt Jezus op hen toe. Op dat moment van het opgeven en afrekenen van de gebeurtenissen komt Jezus bij hen, opdat zij zouden groeien in geloof in Hem en de overgave aan het leven zoals het zich voordeed en zich zal voordoen in de toekomst. Met de erkenning van zijn nieuwe aanwezigheid als verrezen Heer en het vertrouwen dat God doorheen alles met zijn mensen op weg gaat, met deze twee ervaringen laat Hij hen terugkeren naar Jeruzalem. De weg naar Emmaüs kan je daarom een innerlijke weg noemen.
Nikolaas Devynck osb
Monnik van Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
Gewezen padre Infra Noord Sint-Kruis-Brugge
Lucas 24, 13-35:
13Op de eerste dag der week waren er twee leerlingen van Jezus op weg naar een dorp dat Emmaüs heette en dat zestig stadiën van Jeruzalem lag. 14Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. 15Terwijl zij zo aan het praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep met hen mee. 16Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. 17Hij vroeg hun: “Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?” Met een bedrukt gezicht bleven ze staan. 18Een van hen, die Kléopas heette nam het woord en sprak tot Hem: “Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?” 19Hij vroeg hun: “Wat dan?” Ze antwoordden Hem: “Dat met Jezus de Nazarener, een man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel het volk; 20hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben geslagen. 21En wij leefden in de hoop dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn. 22Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze waren in de vroegte naar het graf geweest 23maar hadden zijn lichaam niet gevonden en ze kwamen zeggen dat zij ook nog een verschijning van engelen hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. 24Daarop zijn enkelen van de onzen naar het graf gegaan en zij bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar Hem zagen ze niet.” 25Nu sprak Hij tot hen: “O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben! 26Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?” 27Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had.
28Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen, maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. 29Zij drongen bij Hem aan: “Blijf bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde.” Toen ging Hij binnen om bij hen te blijven. 30Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. 31Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. 32Toen zeiden ze tot elkaar: “Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?” 33Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. 34Dezen verklaarden: “De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen.” 35En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood.
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Afbeelding: Sint-Odulphusvanbrabantparochie
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.