Tweede paaszondag – beloken Pasen 12 april 2026

Tweede paaszondag – beloken Pasen 12 april 2026

Handelingen 2,42-47: Met blijdschap en in eenvoud getuigen de eerste christenen van hun geloof.

 Johannes 20, 19-31: ‘Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.’

 

                                           Wij willen weten, verstaan, uitleggen.

 

Soms geeft het een gevoel, als je vaststelt hoe sterk een bepaalde tijd, gewoonten en tendenzen inwerken op het leven, denken en doen van de mens. Wellicht is dit altijd zo geweest en is het eigen aan ons mens-zijn dat wij gevormd… of misvormd… worden onder invloed van allerlei dingen en omstandigheden. Wie vandaag leeft, ontsnapt niet aan de greep van een ver doorgedreven rationalisme. Wij willen weten, verstaan, uitleggen. Het is opvallend hoe vlug volwassenen, jongeren, ja zelfs kinderen afhaken wanneer je spreekt over wat niet onmiddellijk aanwijsbaar en bewijsbaar is, maar zich eerder situeert in het domein van het aanvoelen, van de ervaring en het vermoeden. Allemaal zijn we kinderen van deze tijd en het is goed dit te beseffen, ook wanneer wij de komende weken proberen door te dringen tot de betekenis van de verrijzenis voor ons dagdagelijks bestaan.

 

Niemand maakte Jezus’ verrijzenis mee. Wij beschikken over geen bewijsmateriaal. We kunnen het enkel “geloven”. We “mogen” het ook geloven, het behoort tot onze vrije beslissing al dan niet te aanvaarden dat Jezus meer is dan een buitengewone mens, dat Hij op een nieuwe en blijvende wijze onder ons aanwezig is, dat de verrijzenis aan Hem gebeurde en de leerlingen hierdoor diep werden geraakt. Moeten we dan elk denken over onszelf en ons geloof stilleggen? Zeker niet… maar misschien is het belangrijk beiden niet tegenover elkaar op te stellen. Wie stil wordt en nadenkt over het leven met alles wat het bevat, kan niet anders dan uitmonden op vragen, waarvan het antwoord niet enkel bij de mens te vinden is. Wie zich laat grijpen door wat er gebeurt, dag na dag, vermoedt af en toe de nabijheid van Iemand die ons omvat. Wat doen wij met dergelijke ervaringen? Praten wij ze weg? Of vinden wij ze “uit de tijd”? Of zijn ze de aanzet voor een vervulling die Paulus de christenen van Efeze en ook ons toewenst? “Moogt gij in staat zijn te vatten, wat de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus die alle kennis te boven gaat.” (Ef 3, 18-19a). Jezus verschijnt enkel aan de leerlingen en aan mensen die met Hem vertrouwd zijn. Hij doet het niet bij farizeeën en Schriftgeleerden, evenmin voor geheel het volk. Acht dagen na Pasen komt Hij onverwacht bij de elf binnen. Wat zegt ons dit? Allereerst ligt het niet in Jezus’ bedoeling om nu klaar en duidelijk te bewijzen dat Hij het bij het rechte eind heeft en de joodse religieuze leiders zich schromelijk vergissen. Met dit evangelie doet Johannes ons nadenken over de manier waarop wij Jezus benaderen. Hij komt alleen binnen waar Hij ruimte vindt voor zijn levensweg en boodschap.

 

Nikolaas Devynck o.s.b.

Monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken

Gewezen padre Infra Antenne Noord – Sint-Kruis-Brugge

 

Johannes 20, 19-31:

19Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” 20Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. 21Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u.” 22Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest. 23Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”

24Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. 25De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” “Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven.”

26Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Tomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” 27Vervolgens zei Hij tot Tomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.” 28Toen riep Tomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” 29Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.”

30In het bijzijn van zijn leerlingen heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan welke niet in dit boek zijn opgetekend, 31maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.

New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)

“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwid

 

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.