Witte Donderdag 2 april 2026

Witte Donderdag 2 april 2026

 I Korintiërs 11, 23-26: Paulus getuigt over Jezus’ woorden bij het Laatste Avondmaal.

Johannes 13, 1-15: Jezus, onze Heer en Leraar, wast de voeten van zijn leerlingen.

 

Een nacht anders dan de andere nachten

 

“Het Joodse paasfeest was op handen” (v.1a). In zovele gezinnen zal het jongste kind vragen waarom deze nacht anders is dan de andere nachten. Dan zal de oude vader opnieuw het verhaal van de Uittocht vertellen, het verhaal van de moeizame tocht door de woestijn naar het Beloofde Land, het verhaal van Gods trouw. Doorheen de vele woorden zal de sterke ervaring van bevrijding weerklinken; wij, die niemand waren, mensen zonder grond, wij hebben van Jahwe het leven herkregen. Hij heeft redding gebracht. Zo wordt het vertrouwen in Gods zorgende nabijheid doorgezegd van generatie tot generatie. Ook Jezus sluit zich hierbij aan, wanneer Hij die laatste avond met zijn leerlingen aan tafel gaat, maar Hij zal het verhaal van bevrijding verder schrijven met de inzet van heel zijn leven.

 

Waarom is deze nacht anders dan de andere nachten? Samen met de leerlingen mogen wij er getuige van zijn, dankzij het met schroom vertelde verhaal van Johannes. Jezus’ woorden en gebaren tekent hij voor onze ogen, één na één, opdat we ze zouden begrijpen en vooral proberen na te leven. Waarschijnlijk hebben de twaalf pas achteraf begrepen wat toen gebeurd is namelijk dat in Jezus het oude paasfeest werd voltooid en Hij “een nieuw verbond sloot in zijn Bloed” (1 Kor 11, 25). Niet de dood heeft het laatste woord, wel het leven. Dankzij de gehoorzaamheid van de Zoon tot op het kruis, wordt de laatste vijand van de mens vernietigd. Het antwoord van de Vader hierop is bevrijding en opstanding, hoop en geborgenheid voor allen die in Hem geloven. Alvorens echter deze volheid aanbreekt, moet eerst nog de pijnlijke weg van de zelfgave gegaan worden, maar reeds nu ligt de glans van de verrijzenis over de dramatische gebeurtenissen.

 

Na het paasmaal met zijn leerlingen, trekt Jezus zich terug in de Olijfhof. Hij vraagt dat ze met Hem zouden blijven bidden. Vele mensen doen dit op deze avond en ook dat maakt deze nacht anders dan de andere nachten.

 

Stil worden en bidden bij het Teken van het Bloed, Jezus’ tastbare aanwezigheid in ons midden. Het is geen droevige nacht, maar een moment van diepe verbondenheid, een uiting van vertrouwen in God, die geen mens in de steek laat. Stil worden en bidden, niet enkel voor het verdriet uit onze onmiddellijke omgeving, maar ook voor de velen die naamloos en vergeten lijden en sterven. In Christus mogen wij geloven dat dit alles niet tevergeefs is, maar dat Hij het laat vruchtbaar worden voor ieders welzijn, Hij die zelf als een graankorrel is gestorven.

 

Nikolaas Devynck o.s.b.

Monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken

Gewezen padre Infra Antenne Noord – Sint-Kruis-Brugge

 

Lezing uit het heilig Evangelie volgens Johannes:

Het paasfeest was op handen.
Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was
om uit deze wereld over te gaan naar de Vader,
en die de zijnen in de wereld had liefgehad,
had hen lief tot het uiterste toe.
De maaltijd was aan de gang
en de duivel had reeds aan Judas, de zoon van Simon Iskáriot,
ingegeven om Hem over te leveren.
Jezus, die wist dat de Vader Hem alles in handen had gegeven
en dat Hij van God was uitgegaan en naar God heenging,
stond van tafel op, legde zijn bovenkleren af,
nam een linnen doek en omgordde zich daarmee.
Daarop goot Hij water in het wasbekken
en begon de voeten van de leerlingen te wassen
en ze met de doek waarmee Hij omgord was, af te drogen.
Zo kwam Hij bij Simon Petrus.
Die zei Hem:
“Heer, gaat Gij mij de voeten wassen?”
Jezus gaf hem ten antwoord:
“Wat Ik doe, begrijpt ge nu nog niet, maar later zult gij het inzien.”
Petrus zei tot Hem:
“Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen.”
Jezus antwoordde hem:
“Als Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij.”
Daarop zei Simon Petrus tot Hem:
“Heer, dan niet alleen mijn voeten,
maar ook mijn handen en hoofd.”
Jezus zei hem:
“Wie een bad heeft genomen,
hoeft zich niet meer te wassen behalve de voeten,
hij is immers helemaal rein.
Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen.”
Hij wist immers wie Hem zou overleveren.
Daarom zei Hij:
“Niet allen zijt gij rein.”
Toen Hij dan hun voeten had gewassen,
zijn bovenkleren had aangetrokken
en weer aan tafel was gegaan, zei Hij hun:
“Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?
Gij noemt Mij Meester en Heer,
en dat zegt gij terecht, want dat ben Ik.
Maar als Ik, de Heer en Meester, uw voeten heb gewassen,
dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen.
Ik heb u immers een voorbeeld gegeven,
opdat gij zoudt doen, zoals Ik u gedaan heb.”

 

Copyright afbeelding: Kerknet – Otheo

 

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.