Zondag 22 maart 2026: vijfde zondag in de veertigdagentijd – A jaar

Zondag 22 maart 2026: vijfde zondag in de veertigdagentijd – A jaar

Ezechiël 37, 12-14: De Heer zal ons zijn Geest schenken en optillen uit het graf. 

Johannes 11, 1-45: Jezus roept zijn vriend Lazarus weg uit de dood.                                             

Leven geven

 

In vergelijking met de andere evangelisten vertelt Johannes vrij weinig wonderverhalen. Eén ervan – voor hem wel het grootste – is de opwekking van Lazarus. Net als bij de blindgeborene gaat het ook nu niet zozeer om het wonder als dusdanig. Het onthult voor hem een van de diepste geheimen van het geloof, wat hij reeds verwoordt bij het begin van zijn evangelie: “In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen.” (Joh 1, 4).

 

Marta en Maria zijn van dichtbij betrokken bij de dood van hun broer Lazarus. Ze hebben het er moeilijk mee en naar Jezus toe is er de vraag waarom Hij niet eerder kwam. Was Hij er geweest dan zou hun broer niet gestorven zijn. Toch is er meer aanwezig dan een zekere opstandigheid. Marta blijft niet steken in haar verwijten. Met haar pijn en haar onmacht, met haar gemis van dit moment gaat ze naar Jezus toe. Zo vaak heeft ze Hem als een Vriend ervaren, als Iemand die vreugde en levenszin in huis bracht. Daarom durft ze ook nu alles in zijn handen leggen. Terecht vraagt Jezus haar: “gelooft gij dit?” (v. 26). Zij heeft het tot nog toe geprobeerd. Straks zal het inderdaad duidelijk worden dat Jezus het leven in zich draagt, dat Hij leven mogelijk maakt, dat Hij leven waarborgt in naam van zijn Vader, die aan het begin en het einde van alles en iedereen staat. Tenslotte is er Jezus zelf. Hij had zich aan de gebeurtenissen in Betanië kunnen onttrekken, doch uit liefde voor deze mensen geeft Hij zijn veiligheid op. Bovendien wacht Hem bij het graf van Lazarus een zware confrontatie met de dood. Zolang deze bedreiging de mens tot in het diepste van zijn bestaan aangrijpt, zonder dat hij enige hoop op uitzicht heeft, mag Hij niet op afstand blijven. Zijn zending vraagt dat Hij zou afdalen tot in de grauwheid van de dood. Daar krijgen zijn woorden “Ik ben de verrijzenis en het leven” hun volle betekenis.

 

Johannes eindigt zijn verhaal met de bedenking: ‘velen geloofden in Hem” (v. 45). Dit geloof wordt ook van ons gevraagd. Geloof je dat in Jezus de levengevende God zichtbaar is geworden. Hij gaf je het leven bij het begin. Hij zal het je blijven schenken zelfs door de dood heen. Geloof je in het toekomstvisioen uit het Boek Openbaring: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, God die woont onder de mensen en al de tranen van hun ogen afwist. Er is geen dood meer, geen rouw, geen geween (Op 21, 4). Tot dit geloof nodigt Marta en Maria uit, ook jou en alle mensen die Hem willen volgen.

 

Padre Nikolaas Devynck o.s.b.

monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken

Gewezen padre Infra Noord – Sint-Kruis-Brugge

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.