08 jan Zondag 11 januari 2026: Doopsel van de Heer
Jesaja 42,1-4.6-7: De dienaar van de Heer wordt vervuld van Gods Geest om Israël genezing en bevrijding te brengen.
Handelingen 10,34-38: Petrus bevestigt dat Jezus door Gods Geest gezalfd is om allen te genezen.
Matteüs 3,13-17: Jezus is de ‘veelgeliefde’, de zoon van de belofte, in wie God welbehagen heeft.
Gedoopt zijn is niet alleen gave en opgave: ook overgave
Het doopsel aan de Jordaan behoort tot de sterke momenten uit Jezus’ leven. Wat hier gebeurt, vat samen en voorspelt wie Hij is. Het gaat dan ook om veel meer dan enkel het gebaar van Johannes. Daarop volgt de bevestiging van de Vader, die zijn Zoon voorstelt als zijn Welbeminde. Het is dan ook goed het evangelie te beluisteren vanuit de profeest Jesaja.
Ongetwijfeld kende Matteüs deze tekst over de “dienaar van Jahwe”. Hij wordt er Gods uitverkorene genoemd, die overal de gerechtigheid laat stralen. Hij ontvangt deze zending samen met de belofte van nabijheid en kracht. De Heer zal over Hem waken en Hem maken tot een tekenen van zijn Verbond. De evangelist laat zijn doopselverhaal hierbij aansluiten. Jezus zegt immers van Zichzelf dat Hij wil “volbrengen wat is vastgesteld” (Mt 3, 15). Daartoe is Hij gekomen en dit mag Johannes niet in de weg staan. Toch gaat het gebeuren aan de Jordaan nog een stap verder. Van Jezus wordt niet enkel gezegd dat Hij die dienaar is die uitvoert wat is vastgelegd. Hij wordt voorgesteld als Gods Zoon, zijn Welbeminde. Is er bij Jesaja nog een zekere afstandelijkheid te merken tussen Jahwe en zijn uitverkorene, dan is er hier alle ruimte voor een relatie van liefde en diepe verbondenheid. In deze unieke werkelijkheid worden wij vandaag binnengeleid. Heel Jezus’ leven zal gedragen worden door zijn eenheid met de Vader en alles wat Hij doet zal erop gericht zijn om mensen hierin te laten delen. Is er een mooiere bladzijde dan deze: Jezus, een mens, net als wij en tegelijk Gods zichtbaar geworden liefde voor ons.
Wat zegt het je dat jij gedoopt bent? Soms protesteren jongeren er wel eens tegen, omdat het voor hen een last is die hen ongevraagd werd opgelegd. Dat je gedoopt bent is heel betekenisvol. Mensen hebben met dit gebaar jouw leven uitdrukkelijk willen verbinden met dat van God. Liefdevolle handen hielden je boven de doopvont in het geloof en het vertrouwen dat een andere, sterke hand altijd zou omvatten. Zo beeldhouwde Rodin ooit ‘De Schepping’: een grote hand met daarin geborgen de mens. Het doopsel wordt dan een gave, via mensen ons geschonken. God die ons aan Hem bindt, zoals hier gebeurt aan de Jordaan: de Vader spreekt zich uit voor zijn Zoon en noemt Hem zijn Welbeminde.
Gedoopt zijn is dus niet alleen een gave en opgave, tegelijkertijd houdt het een ‘overgave’ in aan Diegene die jou en heel de wereld gewild heeft.
Nikolaas Devynck o.s.b.
monnik Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
gewezen padre Infra Antenne Noord Sint-Kruis-Brugge
Matteüs 3, 13-17:
13Jezus kwam uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om zich door hem te laten dopen. 14Maar Johannes wilde Hem tegenhouden met de woorden: “Ik heb uw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?” 15Jezus antwoordde: “Laat het nu zijn; want zo past het ons al wat is vastgesteld te volbrengen.” Toen liet Johannes Hem toe. 16Nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij terstond uit het water. En zie, daar ging de hemel open en Hij zag de Geest Gods neerdalen in de gedaante van een duif en over zich komen. 17En een stem uit de hemel sprak: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.”
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Copyright afbeelding: Kernet – Otheo
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.