24 sep Zondag 28 september 2025: 26ste zondag door het jaar
Amos 6,1a.4-7: Met striemende woorden klaagt Amos de sociale wantoestanden aan.
Lc 16, 19-31: De zorg voor de arme aan de poort heeft eeuwigheidswaarde.
De rijke man met vele namen
Het is niet zo moeilijk om de parabel van Lazarus en de rijke man over te plaatsen naar de realiteit van vandaag. De hongerfoto’s uit de Derde Wereld kennen we. Aan voorbeelden over grootse gelduitgaven ontbreekt het ons niet. Denken we maar aan de fabelachtige geldsommen die betaald worden voor stervoetballers, de barnumreclame van Amerikaanse presidentskandidaten. Elk rechtgeaard mens heeft hierbij een gevoel van verontwaardiging, doch meestal schuift men de problematiek van armoede en ellende in de wereld voor zich uit. Velen ‘weten’ dat de kloof tussen rijk en arm bestaat, zelfs nog vergroot. Velen ‘beseffen’ dat de goederen van deze aarde bestemd zijn voor iedereen, maar hoe los je het probleem op?
Een parabel als deze maakt wellicht een aantal kritische bedenkingen los. Het is een feit dat de ene mens het beter heeft dan de andere, dat niet iedereen evenveel bezit of even ver geraakt. Je kan je hierbij neerleggen. Je kan je eraan ergeren of kwetsen. Je kan proberen er iets aan te doen. Wat Jezus het meest stoort bij zijn tijdgenoten zijn de morele conclusies die zij, op grond van deze uiterlijkheden trekken. De joodse gemeenschap kent veel lazarussen en haar poorten zijn gesloten voor verschillende groepen. De religieuze overheid neemt het Hem dan ook kwalijk dat Hij de ‘vriend’ wordt van armen en zondaars, dat Hij de ingevoerde afstand overbrugt en pleit voor nieuwe onderlinge verhoudingen. Jezus getuigt in zijn Blijde Boodschap van de mooiste menselijke gaven. Hij is geliefd bij God en bij het gewone volk en toch sterft Hij als een berooide man, bespot en veracht. Paulus noemt dit in zijn tweede brief aan de Korintiërs: “de liefdedaad van onze Heer Jezus Christus” en hij voegt eraan toe: “om uwentwil is Hij arm geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt worden door zijn armoede” (2 Kor 8,9). Zo vat de apostel Jezus’ hele leven kernachtig samen en laat hij ook aanvoelen welke nieuwe invulling de woorden ‘rijk’ en ‘arm’ krijgen in de persoon van Jezus.
Bij het begin van de parabel zijn het twee materiële categorieën. In het tweede gedeelte gaat het om de innerlijke kwaliteit en het geloof van beide mannen. Over dit laatste wordt er pas later geoordeeld. Hebben wij nu reeds de moed om door te stoten naar deze diepere betekenis? Dit veronderstelt dat wij ophouden mensen te beoordelen op grond van hun uiterlijkheden. Deze gelijkenis bevat ook een aansporing tot eerlijkheid met onszelf. Soms wanen we ons rijk en zien niet hoe arm we zijn aan liefde, vergeving en mededeelzaamheid. Misschien past het dat wij vandaag bidden om vergeving, want de rijke man draagt meer namen dan we vermoeden.
Nikolaas Devynck o.s.b.
monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
gewezen padre bij Defensie
Lucas 16, 19-31:
19“Er was eens een rijk man die in purper en fijn linnen gekleed ging en iedere dag uitbundig feest vierde, 20terwijl een arme, die Lazarus heette, met zweren overdekt voor de poort lag. 21Hij verlangde er naar zijn honger te stillen met wat bij de rijkaard van de tafel viel. Maar er kwamen alleen honden die zijn zweren likten. 22Nu gebeurde het dat de arme stierf en door de engelen in de schoot van Abraham werd gedragen. De rijke stierf ook en kreeg een eervolle begrafenis. 23In de onderwereld, ten prooi aan vele pijnen sloeg hij zijn ogen op en zag van verre Abraham en Lazarus in diens schoot., 24Toen riep hij uit: Vader Abraham, ontferm u over mij en geef Lazarus opdracht de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong daarmee te komen verfrissen, want ik word door de vlammen hier gefolterd. 25Maar Abraham antwoordde: Mijn zoon, herinner u hoe gij tijdens uw leven uw deel van het goede hebt gekregen en hoe op gelijke manier aan Lazarus het kwade ten deel viel daarom ondervindt hij nu hier de vertroosting maar wordt gij gefolterd. 26Daarenboven gaapt er tussen ons en u voorgoed een wijde kloof, zodat er geen mogelijkheid bestaat, – zelfs als men het zou willen – van hier naar u te gaan noch van daar naar ons te komen. 27De rijke zei: Dan vraag ik u, vader Abraham, dat gij hem naar het huis van mijn vader wilt sturen, – 28want ik heb nog vijf broers; laat hij hen waarschuwen opdat zij niet eveneens in deze plaats van pijniging terecht komen. 29Maar Abraham sprak: Zij hebben Mozes en de profeten; laat ze naar hen luisteren. 30Maar hij zei: Och neen, vader Abraham! Maar als er een uit de doden naar hen toegaat, zullen ze zich bekeren. 31Hij echter sprak tot hem: Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen ze zich ook niet laten overreden als er iemand uit de doden opstaat.”
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.