06 aug Zondag 10 augustus 2025: 19de zondag door het jaar
Lucas 12, 32-48: “De Mensenzoon komt op een uur waarop gij het niet verwacht.”
Waakzaamheid ten allen tijde
Het is vreemd welke invloed een mens ondergaat vanwege de natuur. Zonder het goed te beseffen leeft hij mee op het ritme van de seizoenen en heeft elke tijd van het jaar een eigen inwerking op zijn gemoed. De zomer schept een sfeer van overvloed en vrijheid, van zorgeloosheid en ontspanning, van vriendschap en hartelijkheid. Het klinkt op zijn minst ongewoon dat wij nu in het evangelie horen spreken over waakzaamheid en ontrouw. De parabel van de heer die terugkeert van de bruiloft doet denken aan de eindtijd met zijn oordeel over goeden en slechten. Ook hier wordt de ene dienaar beloond en de andere gestraft.
Hoe zomers jij je ook voelt, jij wordt verplicht na te denken over alles en nog wat dat je elke dag meemaakt. Omdat je mens bent, omdat je bewust leeft, word je voortdurend geconfronteerd, ja zelfs uitgedaagd. Je kan niet zomaar bestaan en ondergaan wat er gebeurt. Je wilt iets bereiken, je verlangt ernaar gelukkig te zijn, je voelt je verantwoordelijk, je hebt anderen lief, je bent ontgoocheld, je begaat fouten, je mislukt, je geeft het op, je herbegint. Ten slotte weet je: ik mag er niet op los leven. Ik ben méér verplicht aan mezelf, aan anderen die aan me zijn toevertrouwd en uiteindelijk ook aan God. Je mens-zijn kreeg een bestemming, maar het hangt mede van je af of dit eindperspectief ooit werkelijkheid wordt.
Kijk je even mee in de spiegel van de parabels in verband met de komst van het Rijk Gods? Een heer gaat naar een bruiloft, maar zegt niet wanneer hij terugkeert. Willen de dienaars op zijn komst voorbereid zijn, dan moeten zij blijven waken zodat zij op elk moment klaar staan om hem te begroeten. In een tweede parabel is er sprake van een beheerder die mensen aanstelt over zijn bezittingen tijdens zijn afwezigheid. De ene nemen deze zaak ter harte, de anderen niet. Bij zijn terugkeer worden allen geoordeeld naargelang hun inzet. In beide verhalen wordt de houding die de heer aanneemt bij zijn aankomst gekleurd door die van zijn dienaren tijdens zijn afwezigheid. Hebben zij hun verantwoordelijkheid opgenomen en treft hij hen aan als wakkere, bedachtzame mensen, dan overschrijdt zijn reactie elke menselijke voorstelling: hij zal heel zijn bezit toevertrouwen en hij nodigt hen zelfs uit aan zijn eigen tafel, waar hij, de heer, hen bedient als zijn eerste gasten. Wie zijn opdracht verwaarloosde, wie zich ten aanzien van anderen liet gelden alsof hij de meester was, wie uit onwetendheid handelde en daarom verkeerd deed, zij allen worden gestraft en zijn niet meer waard nog langer dienaar te zijn. Lucas vat het geheel samen: aan wie veel is toevertrouwd, zal des te meer worden gevraagd. ” (v. 48) .
Nikolaas-Willy Devynck o.s.b.
monnik Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
gewezen padre bij Defensie
Lucas 12, 32-48:
32“Weest niet bevreesd, kleine kudde; het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te schenken. 33Verkoopt uw bezittingen en geeft aalmoezen; verschaft u beurzen die niet verslijten, en verwerft een onuitputtelijke schat in de hemel, waar geen dief komt en geen mot hem bederft. 34Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.
35Houdt uw lendenen omgord en de lampen brandend! 36Gedraagt u als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer die naar de bruiloft is om, als hij aankomt en klopt, hem aanstonds open te doen. 37Gelukkig de dienaars die de heer bij zijn komst wakende zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden en hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen. 38Al komt hij ook in de tweede of de derde nachtwake, gelukkig die dienaars die hij zo aantreft.
39Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur de dief zou komen zou hij niet laten inbreken in zijn huis. 40Weest ook gij bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.”
41Petrus vroeg Hem nu: “Heer, bedoelt Gij deze gelijkenis voor ons of voor iedereen?” 42De Heer sprak: “Wie zou die trouwe en verstandige beheerder wel zijn, die de heer over zijn dienstvolk zal aanstellen om hun op de gestelde tijd hun rantsoen koren te geven? 43Gelukkig de knecht die de heer bij zijn aankomst daarmee bezig vindt. 44Waarlijk, Ik zeg u: Hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. 45Maar zegt die knecht bij zichzelf: Mijn heer blijft nog wel een poosje weg, en begint hij de knechten en dienstmeisjes te slaan, en gaat hij zich te buiten aan spijs en drank, 46dan zal de heer van die knecht komen op een dag dat hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet kent; en hij zal hem met het zwaard straffen en hij zal hem zo het lot doen ondergaan van de ontrouwen. 47De knecht die de wil van zijn heer kende, maar geen beschikkingen trof noch handelde volgens diens wil, zal zwaar getuchtigd worden. 48Wie echter in onwetendheid dingen heeft gedaan die tuchtiging verdienen, zal slechts licht gestraft worden. Van ieder aan wie veel is gegeven zal veel worden geëist; en van hem aan wie veel is toevertrouwd zal des te meer worden gevraagd.”
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.