25 jul Zondag 27 juli 2025: 17de zondag door het jaar
Lucas 11, 1-13: “Wanneer ge bidt, zegt dan: ‘Vader, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome.’”
Bidden is ook… woordeloos stil zijn.
Het smeekgebed is zo oud als de mens. Je ontmoet het in elke godsdienst of cultus. Het wordt omringd met allerlei riten en gebruiken, die erop gericht zijn de godheid te overtuigen van de ernst van de nood en dus van de hoogdringendheid van zijn hulp. Doch hoe sterk dit soort bidden ook behoort tot de gewoonten, steeds heeft het problemen met zich meegebracht. Niet elk gebed wordt immers verhoord. De ene zieke geneest, tientallen anderen niet. Sommige moeilijkheden krijgen een oplossing, andere weer niet. De honger in de wereld bestaat nog, ofschoon duizenden tienduizenden reeds gesmeekt hebben om uitkomst. Haalt ons bidden dan niets uit of staat God mijlen ver van ons verwijderd? Kan je Hem wel ‘goed’ noemen, als iemand tevergeefs aanklopt met een vraag, die meer dan verantwoord is?
Vandaag roept Jezus op tot volhardend gebed. Voor Jezus is dit een wezenlijk aspect van zijn leven. Zowel bij belangrijke beslissingen als ‘onderweg’ naar Jeruzalem, trekt Jezus zich terug, alleen met zijn God. Bidden en leven horen samen. Het één wordt door het ander gedragen, verruimd en vruchtbaar gemaakt. De vraag van de leerlingen “leer ons bidden” omvat dan ook heel wat. Het betekent zoveel als ‘leer ons zijn zoals jij’; ‘leer ons geloven, liefhebben zoals jij’; ‘leer ons met God omgaan zoals jij’; ‘geef ons hiertoe woorden, een hart en een hele levenshouding’. Christen-zijn verbindt je op een bijzondere wijze én met de medemens én met God en vandaar dat beide relaties om tijd en ruimte vragen. Vooral ons bidden is onderhevig aan de wisseling van omstandigheden en gemoedsstemmingen. Het gebeurt vaak meer vanuit behoefte en nood, dan vanuit het verlangen om in Gods nabijheid te zijn of vanuit het bewustzijn dat we Hem toebehoren. Nochtans is dit de stroom van leven, waaraan elk gebed ontspringt. De liefde die de Vader met de Zoon en de Geest verbindt, sluit ieder van ons in en wanneer wij bidden, scheppen wij voor onszelf de ruimte om ons hierdoor te laten aanraken. Wij worden gezocht en verwelkomd. Er wordt voor ons opengedaan, nog voor wij aankloppen. Bidden is intreden in de vriendschap die God ons aanbiedt. Wanneer je dit eenmaal hebt ervaren, worden vragen naar de zinvolheid van het gebed overbodig.
Is bidden dan vanzelfsprekend? Het lijkt wel zo, als je kijkt naar Jezus of naar mensen die kozen voor een leven van gebed. Doch dit betekent niet dat wij het spontaan doen en volhouden. Altijd komt de vraag terug: “Heer, leer ons bidden”.
Padre Nikolaas Devynck o.s.b., ere-aalmoezenier bij Defensie
monnik van Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
Lucas 11, 1-4:
1Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem: “Heer, leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.” 2Hij sprak tot hen: “Wanneer ge bidt, zegt dan:
Vader, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome.
3Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, 4en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is. En leid ons niet in bekoring.” ,
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.