03 jul Zondag 6 juli: 14de zondag door het jaar
Jesaja 66,10-14c: Als een rivier leid ik de vrede naar Jeruzalem toe.
Lucas 10, 1-12.17-20: Jezus zendt zijn leerlingen op weg om vrede ter brengen.
Een mens: steeds weer op zoek naar tochtgenoten
Het reisverslag dat Lucas geeft over de tocht van de tweeënzeventig leerlingen staat zowat symbool voor onze eigen levensweg. Mensen vertrekken voortdurend en keren even vaak terug. Je gaat als kind op weg naar een wereld van de volwassenen. Je verlaat je ouders om te beginnen met de uitbouw van je eigen levenskeuze. Je stapt het beroepsleven binnen en op een bepaalde leeftijd neem je afscheid. Tenslotte maak je de tocht van geboren worden naar sterven. Mensen zijn altijd ‘onderweg’.
Het hoeft ons niet te verwonderen dat er in het evangelie veel gereisd wordt, dat Jezus zijn leerlingen uitzendt en dat Hij zichzelf de ‘Weg’ noemt. Hem leren kennen en in Hem je hemelse Vader ontdekken is een dynamisch gebeuren dat alsmaar rijker en mooier wordt. Ook voor de evangelist reikt de opdracht die de leerlingen krijgen veel verder dan wat binnen hun mogelijkheid ligt. De oogst is groot, want niets minder dan heel de wereld en alle mensen moeten de Blijde Boodschap te horen krijgen. Wij staan vandaag als het ware in een open veld met verre uitzichten en met aan de horizon de volheid die God zelf is.
Toch is het goed dat je niet alleen op weg moet. De ervaring dat mensen met je meetrekken, dat je begrip voelt, dat je samen met anderen je kan inzetten voor dezelfde taak, is heel kostbaar. Ook de tweeënzeventig leerlingen worden twee aan twee uitgestuurd. Er wacht hen geen triomftocht en zijn staan voor een niet te onderschatten opdracht. De steun en bemoediging van mekaar zal belangrijk zijn. Zo worden ze elk in hun kwetsbaarheid beschermd en zijn ze samen wat weerbaarder tegen eventuele mislukkingen. Kwetsbaar en weerbaar: zijn dit geen twee kentrekken van elkeen die in onze samenleving probeert gelovig te leven en er niet voor terugschrikt om hiervoor uit te komen? Je botst zo vaak op kritiek en onverschilligheid. Je gaat soms door voor een naïeveling omdat je bepaalde waarden belangrijk vindt; Je voelt dat voor vele mensen het geloof overbodig is. Je bent kwetsbaar en je wordt ook vaak gekwetst in datgene wat je dierbaar is. Het beeld van de lammeren tussen de wolven en de realiteit van een stad die je niet ontvangt, is dus best begrijpbaar vandaag. Jezus’ leerlingen dragen hun sterkte mee in hun hart. De verbondenheid met Diegene die hen zendt, het geloof in de zinvolheid van hun opdracht en de steun die ze ondervinden bij elkaar, maken hen naar buiten toe weerbaar en stellen hen in staat om eventuele tegenkantingen en mislukkingen te verwerken.
Padre Nikolaas Devynck o.s.b., ere-aalmoezenier bij Defensie
monnik van Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
Lucas 10, 1-12. 17-20:
1In die tijd wees de Heer tweeënzeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen waarheen Hijzelf van plan was te gaan. 2Hij sprak tot hen: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogstarbeiders te sturen om te oogsten. 3Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren onder de wolven. 4Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel en groet niemand onderweg. 5In welk huis ge ook binnengaat, laat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis! 6Woont daar een vredelievend mens dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet dan zal hij op u terugkeren. 7Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere; 8in elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet, 9geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij. , 10In elke stad waar ge binnengaat en niet ontvangen wordt, trekt daar door de straten en zegt: 11Zelfs het stof uit uw stad dat aan onze voeten kleeft schudden wij tegen u af. Maar weet dit wel: Het Rijk Gods is nabij. , 12Ik zeg u: die dag zal het voor de mensen van Sodom draaglijker zijn dan voor die stad.”
17De tweeënzeventig keerden vol blijdschap terug en zeiden: “Heer, zelfs de duivels onderwerpen zich aan ons door uw naam.” 18Hij zei tot hen: “Ik zag de satan als een bliksemstraal uit de hemel vallen. 19Ik heb u macht gegeven op slangen en schorpioenen te treden, te heersen over heel de kracht van de vijand; en niets zal u kunnen schaden. 20Toch moet ge u niet verheugen over het feit dat de duivels aan u onderworpen zijn, maar verheugt u omdat uw namen staan opgetekend in de hemel”.
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Copyright afbeelding: Kerknet/Otheo
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.