22 mei Zondag 25 mei 2025: 6de paaszondag
Apocalyps 21,10-14.22-23: Johannes kreeg de heilige stad Jeruzalem te zien.
Johannes 14,23-29: De heilige Geest zal ons alles in herinnering brengen wat de Heer heeft gezegd.
God wil bij mensen wonen
In deze tijd na Pasen laten de lezingen ons van dichtbij de geboorte van de Kerk meemaken. Jezus’ dramatisch levenseinde heeft de kring van leerlingen die zich rondom Hem gevormd had uit elkaar gerukt. Eén onder hen, Judas, heeft zijn Meester verraden. De anderen zijn gevlucht en keren na Zijn dood terug naar Galilea. Doch, het is de Verrezene zelf die hen opnieuw bijeen brengt en die hen op weg helpt om een levende gemeenschap te worden in wie zijn Woord gestalte krijgt.
Week na week heeft Lucas ons in de Handelingen verteld over dit prille begin. Misschien is het beeld dat hij schetst wat té ideaal, maar toch mogen we aannemen dat het gezamenlijk gebed, de zorg voor de armen, de verkondiging van het evangelie en de onderlinge liefde de pijlers zijn waarop Petrus, Johannes, Filippus, Paulus en de verschillende christelijke gemeenten gegrondvest hebben. Wordt dit dan de omschrijving van wat wij ‘Kerk’ noemen? Eigenlijk niet. Ofschoon al deze aspecten uit het leven van de eerste christenen in zekere mate terug te vinden zijn in de gelovige gemeenschappen van vandaag, toch is dit enkel naar de buitenkant van een werkelijkheid, die ons tegelijkertijd overstijgt en omvat. Het is het zichtbare deel van een mysterievol gebeuren dat alles te maken heeft met Jezus’ aanwezig zijn in het hart van mensen.
In zijn brief aan de Kolossenzen vat Paulus in een hymne zijn geloof in Jezus samen. Hij noemt Hem daarin ‘het hoofd van het lichaam dat de Kerk is” (1, 18). De verbondenheid tussen de Verrezene en allen die in Hem geloven is zo intens dat de apostel deze groep van mensen aanziet als ‘het lichaam’ van de Heer. Het is een veel zeggend beeld. Het verwijst niet alleen naar een nieuwe vorm van gemeenschap die na de verrijzenis ontstaan is, het geeft ook aan Jezus’ nabijheid een blijvend karakter. Niet één keer is Hij levend aanwezig geweest temidden van de zijnen, sinds Pasen woont Hij definitief onder ons. Noch Hijzelf, noch zijn Vader dragen zorg voor de mens en zijn wereld vanuit de hoogte. Zij doen dit in het hier en nu van vandaag, doorheen mannen en vrouwen, in wie de boodschap van het Koninkrijk een concrete gestalte krijgt. De Kerk kan je dus om twee redenen het ‘lichaam’ van Christus noemen. Zij is het omdat Jezus zich totaal met haar vereenzelvigd heeft. Zij is het omdat zij altijd opnieuw zijn levens voorbeeld en zijn zending probeert door te geven en te belichamen in de realiteit waarvan zij deel uitmaakt. Wellicht ligt hier de verklaring voor de vreugde en het enthousiasme waarmee de elf na Pinksteren naar buiten treden.
Padre Nikolaas Devynck o.s.b., ere-aalmoezenier
monnik van Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
Johannes 14, 23-29:
23“Als iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. 24Wie Mij niet liefheeft onderhoudt mijn woorden niet; en het woord dat gij hoort is niet van Mij maar van de Vader die Mij gezonden heeft.
25Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben, 26maar de Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb. 27Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. 28Gij hebt Mij horen zeggen: Ik ga heen maar Ik keer tot u terug. Als Gij mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga want de Vader is groter dan Ik. 29Nu, eer het gebeurt zeg Ik het u, opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven.”
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.