03 apr Zondag 6 april 2025: 5de zondag in de veertigdagentijd
Jesaja 43, 16-21: God baant nieuwe wegen voor zijn volk.
Johannes 8, 1-11: Jezus veroordeelt de vrouw niet
Een ontwapende vergeving!
De veertigdagentijd loopt stilaan naar zijn einde. Pasen is vlakbij. In de uitslaramen van winkels en grootwarenhuizen verschijnen lentebloemen, paashazen, paaseieren en zachte voorjaarskleuren. De winter ligt achter ons. Het wonder van de uitbottende natuur voltrekt zich nogmaals voor onze ogen. Dit alles geeft ons weer ademruimte en levensmoed. Het doet ons opstaan en opnieuw beginnen, niet haastig en overactief, maar rustig en schroomvol, zodat de levensstroom die alles in groei en bloei zet ook ons kan aanraken. Voor wie gelooft, hebben de voorbije weken nog een ander spoor van ontluikend leven getrokken. De profeet Jesaja schrijft erover met verbazingwekkende beelden. Hij heeft het over een weg door de steppe en over een stromende rivier door de woestijn. Zo verrassend zijn Jahwe’ s tussenkomsten in de geschiedenis van zijn volk, dat niemand ze kan voorzien of vermoeden. Tot dezelfde ervaring komen mensen rondom Jezus.
Vandaag brengen de farizeeën een overspelige vrouw bij Jezus. Volgens de Wet van Mozes moet zij gestenigd worden, maar Jezus veroordeelt haar niet. Integendeel, Hij komt tussen ten gunste van de vrouw. Vind je het een handige zet naar de religieuze elite toe of ben je getroffen door de manier waarop Jezus het opneemt ten gunste van de vrouw? In gesprekken over biecht en verzoening worden het goed maken met elkaar en het vragen en ontvangen van vergeving wel eens tegenover elkaar geplaatst, als het ene belangrijker is dan het andere. Wat fout is moet hersteld worden en je kan maar rekenen op een nieuwe kans, als je blijk geeft van goede wil. Zo koppelen wij allerlei voorwaarden aan de evangelische oproep tot vergeving en steken wij onze moeilijkheid om schuld te bekennen en vergeving te schenken weg achter een veeleisendheid naar anderen toe. Gods barmhartigheid is echter milder. In Jezus ontmoeten we een sterke voorkeurliefde voor armen en zondaars. Niet dat Hij de realiteit van het kwaad over het hoofd ziet, maar Hij maakt onderscheid tussen wat objectief fout is en de mens die voor Hem staat. Deze laatste gaat Hij tegemoet met zijn vergeving, zonder eerst na te gaan of er wel berouw is, zonder eerst te onderzoeken wat er gebeurde, zonder eerst een bewijs te hebben dat het er in de toekomst beter zal uitzien. Onvoorwaardelijk en gratuït schenkt Hij zijn barmhartigheid. De zondige mens hoeft ze niet te ‘verdienen’ of af te smeken. Hij krijgt ze overvloedig, in de hoop dat hij hieruit de kracht put om voortaan ànders te leven. Zo geeft Jezus gestalte aan de mildheid van zijn Vader. Zijn houding, de woorden die Hj spreekt, heel zijn persoon is bevrijdend en leven gevend. Durf jij je toevertrouwen aan zijn liefdevolle nabijheid?
Nikolaas Devynck o.s.b
gewezen padre Infra Antenne Noord
monnik van Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
Sint-Kruis-Brugge
Johannes 8, 1-11:
1In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg. 2’s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe. Hij ging zitten en onderrichtte hen. 3Toen brachten schriftgeleerden en Farizeeën Hem een vrouw die op overspel was betrapt. 4Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem: “Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze overspel bedreef. 5Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen zulke vrouwen te stenigen. Maar Gij, wat zegt Gij ervan?” 6Dit bedoelden ze als een strikvraag in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen. Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond. 7Toen zij bij Hem aanhielden met vragen richtte Hij zich op en zei tot hen: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.” 8Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond. 9Toen zij dit hoorden dropen zij een voor een af, de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen achterbleef met de vrouw die daar was blijven staan. 10Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar: “Vrouw, waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?” 11Zij antwoordde: “Niemand, Heer.” Toen zei Jezus tot haar: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.”,
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.