16 sep Zondag 20 september: Vijfentwintigste zondag door het jaar A – 2026
Jesaja 55, 6-9: ‘Uw gedachten zijn niet mijn gedachten.’
Psalmen 145 (144), 2-3. 8-9. 17-18: ‘Nabij is de Heer voor elk die Hem aanroep.’
Filippenzen 1, 20c-24. 27a: ‘Gij moet een leven leiden dat het evangelie van Christus waardig is.’
Matteüs 20, 1-16a: ‘Zijt gij kwaad omdat ik goed ben?
Er zijn laatsten en eersten
Wie God is, wat zijn bedoeling is met de mens en zijn geschiedenis: deze vragen geven generaties aan elkaar door. Ook in onze tijd worden ze gesteld, ofschoon velen zeggen niet meer te geloven. Het antwoord werpt echter een bepaald licht op ons menselijk bestaan en daarom blijft het zoeken naar God actueel. De joodse mens schreef aan Jahwe een aantal eigenschappen toe. Hij was goed en barmhartig, trouw en vooral ‘gerechtig’. Hij was geen machtige heerser, die met zijn onderdanen speelde, zoals goden van naburige volken blijkbaar wel deden. Neen… Hij behartigde het geluk van Israël, desnoods door het te straffen voor zijn ontrouw, maar Hij ging ‘rechte’ wegen, ‘liefdevolle’ wegen.
Van Jezus kan je eigenlijk hetzelfde zeggen. Hij was de Gerechtigde bij uitstek, die altijd in waarheid mensen benaderde, of het nu religieuze leiders waren, tollenaars of zondaars. Aan elkeen gaf Hij waar hijrecht op had, voor elkeen wist Hij wát geluk kon verschaffen. Doch velen zien Hem hierin niet gevolgd en noemde Hem een onruststoker, Iemand die de bestaande maatschappelijke en religieuze ‘orde’ aantastte.
De gelijkenis richt zich tot de leerlingen. Van hen wordt er gevraagd dat zij in Gods gedachten zouden intreden, om van daaruit op een vernieuwde wijze met elkaar te kunnen leven. Alle aandacht in het verhaal gaat naar de landeigenaar. Wat hij doet is menselijk onaanvaardbaar en zet elk samenleven en -werken op de helling. Toch gebruikt Jezus een dergelijke extreme situatie om aan te tonen wie zijn Vader is. De wijngaardenier verschaft niet alleen recht. Zijn handelswijze gaat verder, vanuit de onberekende goedheid die in hem leeft. Hij stelt een gebaar van liefde, zowel tegenover de eersten als tegenover de laatsten en dit hoeft niet gemeten te worden, juist omdat het liefde is. Net als de koning in het evangelie van vorige week, staat ook nu de landeigenaar beeld voor God. Zo is Hij, zo gaat Hij om met ons, mensen. Waar wij met onze maatstaven niet meer meekunnen of meewillen, daar begint het unieke en het gratuïte van zijn liefde. Met de profeet Jesaja moeten we inderdaad toegeven: “Zijn gedachten zijn niet de onze!” (v.8). Tenslotte is het belangrijkste in heel het verhaal dat de dienaren bereid zijn om te werken voor de landeigenaar, zowel zij die vroeg zijn aangeworven, als zij die de ganse dag gewacht hebben. Ook hier ligt het initiatief bij de wijngaardenier, een gedachte die Jezus later herneemt in zijn afscheidsrede: “niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u…” (Joh 15, 16)
Pater Nikolaas Devynck o.s.b.
Monnik van de Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
Gewezen padre bij Infra Antenne Noord – Sint-Kruis Brugge
Matteüs 20, 1-16:
1“Met het Rijk der hemelen is het als met een landeigenaar die vroeg in de morgen uitging om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. 2Hij werd het met de arbeiders eens voor een tienling per dag en stuurde ze naar zijn wijngaard. 3Rond het derde uur ging hij er weer op uit en zag nog anderen werkeloos op de markt staan 4tot wie hij zei: “Gaat ook naar mijn wijngaard en ik zal u geven wat billijk is.” 5En zij gingen. Rond het zesde en negende uur ging hij nog eens uit en deed hetzelfde. 6Rond het elfde uur ging hij opnieuw uit en vond er weer anderen staan. Hij zei tot hen: “Wat staat ge hier heel de dag werkeloos?” 7Ze antwoordden hem: “Niemand heeft ons gehuurd.” Daarop zei hij tot hen: “Gaat ook gij naar mijn wijngaard.” 8Bij het vallen van de avond sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn rentmeester: “Roep de arbeiders en betaal hun uit, te beginnen met de laatsten en zo tot de eersten.” 9Toen de arbeiders van het elfde uur kwamen kregen zij elk een tienling; 10toen nu ook de eersten kwamen meenden dezen dat zij meer zouden krijgen, maar ook zij kregen ieder de overeengekomen tienling. 11Ze namen hem wel aan, maar begonnen tegen de landeigenaar te morren 12en zeiden: “Dezen hier, die het laatst gekomen zijn hebben maar één uur gewerkt, en gij stelt ze gelijk met ons die de last van de dag en de brandende hitte hebben gedragen.” 13Maar hij antwoordde een van hen: “Vriend, ik doe u toch geen onrecht? Zijt gij niet met mij overeengekomen voor een denarie? 14Neem wat u toekomt en ga heen. Ik wil aan degene die het laatst gekomen is evenveel geven als aan u. 15Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies, of zijt ge kwaad omdat ik goed ben?” 16Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.,
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”
Bron afbeelding: Parochie Sint-Odulphus van Brabant
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.