Jezus: Lam Gods en Zoon van God
Johannes 1, 29-34: Johannes de Doper getuigt over Jezus: ‘Deze is de Zoon van God.’
Door de eeuwen heen hebben kunstenaars tal van voorstellingen op de Jezusfiguur gemaakt, gekleurd door hun persoonlijk geloof en dat van de tijd waarin ze leefden. De ene stelde Hem voor als een verheven Zoon van God, bijna onbereikbaar voor mensen, anderen tekenden Hem ‘gewoon’, zonder enige suggestie maar zijn ‘meer’ dan gewoon mens zijn. Ook vandaag verwoorden wij op een eigen wijze wie Hij is. We hebben het nogal moeilijk met uitspraken zoals ‘Lam Gods’ en ‘Zoon van God’ en voelen ons meer thuis bij ‘de man van Nazaret’ en bij ‘Jezus, onze Broeder’. Zo probeert elke tijd en elke gelovige te ontdekken wie Hij is. Dat dit niet eenvoudig of vanzelfsprekend is, daarvan getuigt Johannes de Doper. Tot tweemaal toe zegt hij in het evangelie: “ook ik kende Hem niet” en nochtans wordt van hem gezegd dat hij de voorloper is, hij die kwam getuigen van het Licht.
Het verhaal van de doop aan de Jordaan horen we nogmaals vertellen. Matteüs zag het gebeuren als het begin van Jezus’ zendingsopdracht. Hier lijkt het eerder op een veelbetekende ontmoeting, die voor de Doper een bevestiging is van wat hij met de inzet van zijn leven verkondigd heeft. Bij het zien van Jezus noemt Johannes Hem “het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt” (v. 29). Dit beeld kan ons wat vertederend voorkomen, doch in werkelijkheid ontvouwt het één van de diepste kenmerken van Jezus’ zijn. Wanneer de Doper Hem zo noemt in het evangelie dan is het omdat het beeld van het lam vertrouwd in de joodse oren klonk. Het herinnerde aan de Uittocht uit Egypte. De Israëlieten aten toen rechtstaand van het lam, als teken dat het ogenblik van de bevrijding was aangebroken. Is Jezus niet voor elk van ons het téken van bevrijding bij uitstek. In Hem wordt het duidelijk hoe God de mens gedroomd heeft: vrij van alle heerszucht, vrij van egoïsme, vrij voor elke ‘ander’ die hem gegeven wordt. “Voor de vrijheid heeft Hij ons vrijgemaakt’, schrijft Paulus aan de Galaten (5, 1). Onze tijd geeft een eigen invulling aan dit woord, zodat de vrijheid nogal vrijblijvend wordt opgevat. Een vrije mens is dan diegene die doet en denkt wat hij als goed onderkent en zich niet laat beïnvloeden door alles en nog wat. De vrijheid die Jezus ons voorleeft, en waartoe Hij ons uitnodigt is een vrijheid van het hart, een innerlijke vrijheid, die ruimte schept voor anderen en voor God. Jezus erkennen als Lam Gods vraagt dat je bereid bent om zoals Hij open en kwetsbaar te leven. Zijn echtheid heeft mensen aangesproken én afgestoten. Vandaag durven leven voor je geloof, voor kleine mensen en voor waarden, is de enige weg waarlangs Hij zichzelf aan je laat kennen.
Nikolaas Devynck o.s.b.
monnik Sint-Andriesabdij-Zevenkerken
gewezen padre Infra Antenne Noord Sint-Kruis-Brugge
Johannes 1, 29-34:
29In die tijd zag Johannes Jezus naar zich toekomen en zei: “Zie, het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt. 30Deze is het van wie ik zei: Achter mij komt een man die vóór mij is, want Hij was eerder dan ik. 31Ook ik kende Hem niet, maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom kwam ik met water dopen.” 32Verder getuigde Johannes: “Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem rusten. 33Ook ik kende Hem niet: maar die mij gezonden had om met water te dopen, Hij had tot mij gesproken: Op wie gij de Geest zult zien neerdalen en blijven rusten, Hij is het die doopt met de heilige Geest. 34Ik heb het zelf gezien en ik heb getuigd: Deze is de Zoon van God.”
New Revised Standard Version Updated Edition (NRSVUE)
“Copyright © 2021 National Council of Churches of Christ in the United States of America. Used by permission. All rights reserved worldwide.”